Zondag 22 januari ben ik op het vliegtuig gestapt naar Zanzibar. De eerste keer dat ik alleen een verre vlucht ging maken. Het moment dat ik van te voren vooral spannend vond, was het overstappen. Achteraf was dit ook wel terecht, want ik had nog maar 20 minuten om van het vliegtuig (waar ik op de bus stond te wachten. Voor het eerst in Afrika, en ik merkte al het Hakuna Matata sfeertje. Kortom, alles ging lekker op zijn gemakje, iets wat ik op dat moment niet kon gebruiken). Uiteindelijk ben ik als een gek gaan rennen (nog met mijn winterkleding aan, terwijl het in Kenia om 07:00 ’s ochtens al dik 20 graden is). Eenmaal door de douane heen stond op het overzicht stond: ‘last call’, ik moest mij dus echt haasten. Na een sprintje kwam ik erachter dat die gang t/m gate 15 liep, terwijl ik gate 16 moest hebben. Ik zat dus verkeerd.. Weer een sprintje terug en heb ik het net gehaald. De vlucht van Kenia naar Zanzibar was prachtig, we vlogen langs de Kilimanjaro en daarna over een prachtige blauwe zee. Het vliegveld op Zanzibar is maar erg klein en ze hebben dus ook geen kofferband. De koffers worden gewoon in de hal gedropt en daarna moet je ze op een kleine band liggen voor controle. Die band is best wel hoog, en ik maar klein. En die koffers van mij wegen natuurlijk wel wat. Na 10 pogingen had ik eindelijk die koffers op de band, terwijl ondertussen 5 mannen van de controle een beetje stonden toe te kijken.
Maar na 12 uurtjes was ik gelukkig veilig op het mooie Zanzibar aangekomen. Onderweg hebben Ellen (mijn projectleidster) en ik een andere vrijwilliger opgepikt in Stone town. Wat mij gelijk opviel, is dat het verkeer hier links rijdt (en alles gaat kriskras door elkaar heen). Het was ongeveer een uur rijden vanaf het vliegveld naar stone town. Hoe verder we van Stone Town vandaan reden, hoe groener het werd (waaronder hoge palmbomen en mangobomen). Ook reden we langs een bos waar we een groep aapjes zagen. Ik wist niet wat ik kon verwachten van een Afrikaans vrijwilligershuis, maar we hebben het hier aardig luxe (een gewone wc, een douche; wel met koud water haha, een woonkamer en fijne bedden). De dag van aankomst was het project nog niet gestart, dus hebben we de omgeving een beetje verkend. Nadat we een rondleiding over het terrein hadden gekregen (het project zit bij het vrijwilligershuis), zijn we naar het strand toegegaan. Ondanks dat ik de plaatjes te mooi vond om waar te zijn, is er niks van gelogen! Wat een wit strand en azuurblauwe zee hebben ze hier. Met een smoothie in de hand en 32 graden hebben we even bij kunnen komen van de vlucht en de eerste indrukken. Daarna zijn we lekker uiteten geweest bij een lokaal restaurant. De eerste dag was dus top!
In de nacht is het hier wel goed warm, is het vroeg licht en wemelt het hier van de vogeltjes die je ’s ochtends al vroeg wakker maken. Ook liggen de mensen hier vrij vroeg op bed (wanneer het donker wordt, een uur of 20:00) en gaan er ’s ochtends dus ook weer vroeg uit (wat hier wel goed te horen is). De eerste nacht was dus even wennen. Vandaag (dinsdag) is het project van start gegaan. We gingen de kinderen, die onderwijs volgen, met een busje ophalen. Op het project hebben we eerst met de kinderen gespeeld, zodat we een beetje aan elkaar konden wennen. De meeste kinderen die naar het project komen, kunnen niet praten, dus moeten we vooral non-verbaal (en met de paar woordjes Swahili die ik ken) met ze communiceren. Daarna kregen ze een lesje tellen (dus ik heb inmiddels in het Swahili ’s een beetje leren tellen tot 10). Ook hebben we nog met de kinderen gekleurd, gepuzzeld, spelletjes gedaan en buiten gespeeld. Nadat we de kinderen weer thuis hadden gebracht, hebben we de doelen van de kinderen besproken en de dag per kind geëvalueerd. Dit vind ik zelf een mooie manier om het aan te pakken, want er wordt niet klakkeloos iets gedaan en de vooruitgang per kind kan zo ook mooi in kaart worden gebracht.